Oefentoets hoofdstuk 1

U krijgt nu als oefentoets vijf random vragen. Als u uw email adres invult, ontvangt u de vragen, uw eigen antwoorden en de juiste antwoorden per email. Veel succes!

Welkom bij de oefentoets van Hoofdstuk 1

Liever deelnemen aan een klassikale examentraining? Klik hier voor de mogelijkheden!

Door uw e-mail adres in te vullen, ontvangt u de antwoorden automatisch in uw mailbox. Hiermee abonneert u zich ook meteen op relevante nieuwsberichten, gerelateerd aan Procesmanagement in de praktijk. U kunt zich op elk moment hiervoor afmelden!

Nu ook beschikbaar: Werkboek deel I

1. 

Een bedrijf koopt grote rollen staalplaat in om er uiteindelijk profielen van te maken die gebruikt worden als vangrails langs de snelweg. Bij de goederenontvangst worden de staalrollen ontvangen waarbij gecontroleerd wordt of het materiaal voldoet aan de juiste specificaties. De rollen worden met speciale heftrucks aan het magazijn geleverd.

Waarom kan de ontvangst van materialen tot en met de doorlevering aan het magazijn als een proces beschouwd worden? Licht uw antwoord toe aan de hand van de definitie van een proces.

2. 

Een restaurant in de binnenstad heeft Italiaanse gerechten op het menu staan. Elke avond is het er erg druk. In het restaurant werken op een avond gemiddeld 12 medewerkers, waarvan 4 in de bediening. Eén medewerker verzorgt de administratie. Op speciale dagen (feestdagen, kermis) is het elk jaar drukker, waardoor de eigenaar hier al bij voorbaat in de planning rekening houdt. Welke driedeling in processen herkent u in deze beschrijving? Geef van elk proces een voorbeeld aan de hand van bovenstaande omschrijving van het restaurant.

3. 

Als u met procesmanagement aan de slag gaat, brengt u eerst focus aan. Met deze focus wordt in feite de reden bedoeld waarom u met procesmanagement aan de slag wil. Welke drie stappen helpen u om deze focus aan te brengen?

4. 

In de hierna volgende tabel zijn de activiteiten van drie organisaties beschreven.


  • Organisatie 1 heeft overwegend improviserende activiteiten.

  • Organisatie 2 heeft overwegend projectmatige activiteiten.

  • Organisatie 3 heeft overwegend routinematige activiteiten.


Als de soort activiteiten de enige bepalende factor zou zijn, welke organisatie leent zich dan het meeste om daar procesmanagement toe te passen?

1.9 Improvisatie vs routine

5. 

Waarom wordt bij de invoering van procesmanagement ook de volwassenheid van een organisatie onderzocht? Motiveer uw antwoord.


Klik op "Inleveren" om uw resultaten te zien!